- Menu
-
CRISP
VoorstellingTeam
- CRISP : Voorstelling
- CRISP : team
-
Output
Voorstelling van de outputToegang tot de catalogus
- Courrier hebdomadaire
- Livres
- Dossiers
- Les @nalyses en ligne
-
Podcasts
- Hors collection
- Documents politiques
- Actionnariat wallon
- Vocabulaire politique
- Voorstelling van de output
- Toegang tot de catalogus
-
Thema's
Belgisch politiek systeemPolitieke geschiedenisInstitutionele hervormingenComponenten van de Belgische StaatOpenbaar bestuur en politieOverheidsfinanciën en belastingenPolitieke partijenVerkiezingenSociale zaken en gezondheidCultuur en sportEconomieWerkgelegenheid, arbeid en sociaal overleegOnderwijs, onderzoek en opleidingMilieu en leefomgevingInformatie en meningMaatschappijEuropese UnieInternationaal
- Catalogus
- Volg ons
- Ons volgen
- Contacteer ons
|
|
Catalogus |
-
Boomdiagram
-
- Belgisch politiek systeem
- Politieke geschiedenis
- Institutionele hervormingen
- Componenten van de Belgische Staat
- Componenten van de Belgische Staat - Algemeen
- Monarchie en koninklijke functie
- Federale overheid / centrale Staat
- Federale overheid / centrale Staat - Algemeen
- Belgisch parlement
- Belgische regering - Algemeen
- Belgische regering voor 1946
- Belgische regering 1946-1960
- Belgische regering 1961-1971
- Belgische regering 1972-1981
- Belgische regering 1982-1991
- Belgische regering 1992-2007
- Belgische regering 2008-2019
- Belgische regering sinds 2020
- Wallonië
- Brussel
- Franse Gemeenschap (Federatie Wallonië-Brussel)
- Vlaanderen
- Duitstalige Gemeenschap (Ostbelgien)
- Provincies
- Gemeenten
- Openbaar bestuur en politie
- Overheidsfinanciën en belastingen
- Politieke partijen
- Politieke partijen - Algemeen
- Partijfinanciering en boekhouding
- Franstalige partijen (inclusief Duitstalige secties)
- Nederlandstalige partijen
- Nederlandstalige partijen - Algemeen
- CD&V, CVP
- Groen, Agalev
- N-VA, Volksunie en andere Vlaams-nationalistische partijen
- Anders, Open VLD, VLD, PVV
- Vooruit, SP.A, SP, BSP
- VB en andere Nederlandstalige extreemrechtse partijen
- PVDA, KPB en andere Vlaamse extreem-linkse partijen
- Andere Nederlandstalige partijen
- Verkiezingen
- Verkiezingen - Algemeen
- Verkiezingen - Systeem en wetgeving
- Verkiezingskalender sinds 1946 (pdf)
- Verkiezingen nationaal / federaal (K/S)
- Verkiezingen nationaal / federaal - Algemeen
- Nationale verkiezingen voor 1946
- 17 februari 1946 (K/S)
- 26 juni 1949 (K/S)
- 4 juni 1950 (K/S)
- 11 april 1954 (K/S)
- 1st juni 1958 (K/S)
- 26 maart 1961 (K/S)
- 23 mai 1965 (K/S)
- 31 maart 1968 (K/S)
- 7 november 1971 (K/S)
- 10 maart 1974 (K/S)
- 17 april 1977 (K/S)
- 17 december 1978 (K/S)
- 8 november 1981 (K/S)
- 13 oktober 1985 (K/S)
- 13 december 1987 (K/S)
- 24 november 1991 (K/S)
- 21 mai 1995 (K/S)
- 13 juni 1999 (K/S)
- 18 mai 2003 (K/S)
- 10 juni 2007 (K/S)
- 13 juni 2010 (K/S)
- 25 mai 2014 (K) (H)
- 26 mai 2019 (K) (H)
- 9 juni 2024 (K) (H)
- Verkiezingen van de Gewest- en Gemeenschapsparlementen (Gew/Gem)
- Verkiezingen van de Gewest- en Gemeenschapsparlementen - Algemeen
- Brusselse agglomeratie - 21 november 1971 (Gew/Gem)
- Duitstalige Gemeenschap - 10 maart 1974 (Gew/Gem)
- Duitstalige Gemeenschap - 11 april 1977 (Gew/Gem)
- Duitstalige Gemeenschap - 17 december 1978 (Gew/Gem)
- Duitstalige Gemeenschap - 8 november 1981 (Gew/Gem)
- Duitstalige Gemeenschap - 26 october 1986 (Gew/Gem)
- Brussels Hoofdstedelijk Gewest - 18 juni 1999 (Gew/Gem)
- Duitstalige Gemeenschap - 28 october 1990 (Gew/Gem)
- 21 mai 1995 (Gew/Gem)
- 13 juni 1999 (Gew/Gem)
- 13 juni 2004 (Gew/Gem)
- 7 juni 2009 (Gew/Gem)
- 25 mai 2014 (Gew/Gem)
- 26 mai 2019 (Gew/Gem)
- 9 juni 2024 (Gew/Gem)
- Provinciale verkiezingen (Prov)
- Provinciale verkiezingen - Algemeen
- Provinciale verkiezingen voor 1946
- 24 februari 1946 (Prov)
- 26 juni 1949 (Prov)
- 4 juni 1950 (Prov)
- 11 april 1954 (Prov)
- 1st juni 1958 (Prov)
- 26 maart 1961 (Prov)
- 23 mai 1965 (Prov)
- 31 maart 1968 (Prov)
- 7 november 1971 (Prov)
- 10 maart 1974 (Prov)
- 17 april 1977 (Prov)
- 17 december 1978 (Prov)
- 8 november 1981 (Prov)
- 13 oktober 1985 (Prov)
- 13 december 1987 (Prov)
- 24 november 1991 (Prov)
- 9 oktober 1994 (Prov)
- 8 oktober 2000 (Prov)
- 8 oktober 2006 (Prov)
- 14 oktober 2012 (Prov)
- 14 oktober 2018 (Prov)
- 13 oktober 2024 (Prov)
- Gemeenteraadsverkiezingen (Gem)
- Gemeenteraadsverkiezingen - Algemeen
- Gemeenteraadsverkiezingen voor 1946
- 24 november 1946 (Gem)
- 12 oktober 1952 (Gem)
- 12 oktober 1958 (Gem)
- 11 oktober 1964 (Gem)
- 11 oktober 1970 (Gem)
- 10 oktober 1976 (Gem)
- 10 oktober 1982 (Gem)
- 9 oktober 1988 (Gem)
- 9 oktober 1994 (Gem)
- 8 oktober 2000 (Gem)
- 8 oktober 2006 (Gem)
- 14 oktober 2012 (Gem)
- 14 oktober 2018 (Gem)
- 13 oktober 2024 (Gem)
- Europese verkiezingen (EP)
- Sociale verkiezingen
- Sociale verkiezingen- Algemeen
- Kalender van de verkiezingen
- Sociale verkiezingen 1950
- Sociale verkiezingen 1954
- Sociale verkiezingen 1958
- Sociale verkiezingen 1963
- Sociale verkiezingen 1967
- Sociale verkiezingen 1971
- Sociale verkiezingen 1975
- Sociale verkiezingen 1979
- Sociale verkiezingen 1983
- Sociale verkiezingen 1987
- Sociale verkiezingen 1991
- Sociale verkiezingen 1995
- Sociale verkiezingen 2000
- Sociale verkiezingen 2004
- Sociale verkiezingen 2008
- Sociale verkiezingen 2012
- Sociale verkiezingen 2016
- Sociale verkiezingen 2020
- Sociale verkiezingen 2024
- Sociale zaken en gezondheid
- Cultuur en sport
- Economie
- Economie-Algemeen
- Economische actoren
- Economische sectoren
- Economische sectoren Algemeen
- Landbouw en Agri-Food
- Banken, verzekeringen en financiële bedrijven
- Hout en papier
- Kolen en andere winningsindustrieën
- Chemie, farmacie en biotechnologie
- Cultuur, sport en recreatie
- Distributie en handel
- Water, afval
- Sociale en niet-markteconomie
- Energie
- Metaal-, staal- en non-ferrometingen
- Horeca en toerisme
- Onroerend goed en bouw
- Zakelijke en persoonlijke diensten
- IT, Media en digitale economie
- Postdiensten en telecommunicatie
- Textiel en kleding
- Transport en infrastructuur
- Glas en glasindustrie
- Andere economische sectoren
- Economisch beleid
- Gewestelijke economie
- Buitenlandse investeringen en externe afhankelijkheid
- Regulering van de economie
- Lonen, rijkdom en inkomensverdeling
- Prijs, index en verbruik
- Werkgelegenheid, arbeid en sociaal overleeg
- Onderwijs, onderzoek en opleiding
- Milieu en leefomgeving
- Informatie en mening
- Maatschappij
- Europese Unie
- Europese Unie - Algemeen
- Europese Instellingen
- Europese politieke partijen
- Verdragshervorming
- Interne markt en concurrentie
- Economisch en monetair beleid
- Gemeenschappelijk landbouwbeleid
- Gemeenschappelijk buitenlands en veiligheidsbeleid
- Justitie en binnenlandse zaken
- Schengenzone
- Sociaal Europa
- Europees werkgelegenheidsbeleid
- Europees energie- en milieubeleid
- Europees beleid inzake onderwijs en opleiding
- Ander Europees beleid
- Europese verkiezingen - Algemeen
- Internationaal
- Belgisch politiek systeem
Le Sénat et la réforme des institutions
Courrier hebdomadaire n° 1196-1197, par Marc Uyttendaele, 52 p., 1988
La loi du 8 août 1980 prévoit que la réforme des institutions ne sera parachevée, du moins en ce qui concerne les Conseils régionaux et de communauté, qu’une fois opérée la réforme du Sénat. Depuis 1970, et assurément depuis 1980, il est acquis que la nouvelle configuration institutionnelle de la Belgique suppose une modification de la structure du Parlement national. Dans tous les pays composés il est tenu compte de la division de l’Etat en plusieurs composantes autonomes pour déterminer la composition et les compétences de la Chambre haute. Aujourd’hui, les Chambres sont constituantes et parmi les articles de la Constitution soumis à révision figurent ceux qui ont trait au Sénat. Toutefois, personne ne pourrait encore se risquer, à décrire la physionomie du futur Sénat. Si tous les partis politiques, pendant la campagne électorale qui a précédé les élections du 13 décembre 1987, s’accordaient pour dénoncer la technique du double mandat instaurée par les lois d’août 1980, nombreux sont ceux qui mesurent, aujourd’hui, que la double appartenance au Parlement national d’une part et à un ou plusieurs Conseils régionaux et de communauté d’autre part, devra, dans une certaine mesure du moins, subsister. De même, il est difficile d’imaginer les choix qu’opérera le Constituant en ce qui concerne les attributions futures de la seconde Chambre : diverses options sont actuellement débattues. Il est probable, par ailleurs, que le choix qui sera fait à propos de la composition de la haute Assemblée conditionnera les compétences qui seront laissées à celle-ci. Devant tant d’incertitudes, il nous a semblé intéressant d’explorer, en tenant compte des spécificités belges et de certaines expériences étrangères, les voies dans lesquelles le Constituant pourrait s’engager. Mais avant d’examiner les conditions dans lesquelles fut créé le Sénat de Belgique, ce que pourraient être demain sa composition et ses attributions, il nous a paru nécessaire de définir le bicaméralisme, d’énumérer ses avantages et ses inconvénients, et d’examiner l’intérêt qu’il peut encore présenter aujourd’hui.
Les obligations linguistiques des mandataires politiques
Courrier hebdomadaire n° 1150, par Marc Uyttendaele, 46 p., 1987
Le 30 septembre 1986, le Conseil d’Etat annulait l’arrêté royal par lequel José Happart était nommé bourgmestre de la commune des Fourons. Cette décision contestée dans la partie francophone s’inscrivait dans la ligne jurisprudentielle de cette juridiction. En effet, depuis 1973, les chambres néerlandophones du Conseil d’Etat ont développé une jurisprudence destinée à imposer l’usage et partant la connaissance - du néerlandais à tous les mandataires publics de la périphérie bruxelloise. Cette jurisprudence est, depuis plus de dix ans, au cœur de notre contentieux communautaire. Critiquée au sud, elle est accueillie avec sympathie au nord du pays. On peut trouver une explication à cette fracture dans des conceptions divergentes de la notion d’Etat de droit. Selon les francophones, celui-ci suppose que le droit des personnes ait la primauté sur le droit du sol. Si, suite à un processus électoral démocratique, les organes politiques d’une commune étaient composés de mandataires qui ignorent, la langue de la région, il ne pourrait être question d’empêcher les intéressés d’exercer leurs fonctions. Ceux-ci ne pourraient être privés de leur mandat à raison de leur méconnaissance de la langue de la région que dans la mesure où un texte - légal ou constitutionnel - le prévoirait expressément. Selon la thèse flamande, par contre, le droit des personnes doit s’effacer devant le droit du sol. Il s’agirait là d’une conséquence de la disparition de l’Etat unitaire. En adoptant l’article 3 bis qui consacre l’existence de régions linguistiques - le Constituant aurait consacré l’existence de langues officielles et aurait implicitement modifié l’article 23 de la Constitution, qui consacre la liberté dans l’emploi des langues. Dès lors, comme l’indique le professeur Senelle, ’la simple application de l’article 3 bis rend juridiquement intolérable qu’un bourgmestre faisant partie de la région linguistique néerlandaise, refuse de s’exprimer dans la langue qui est officiellement celle de sa région’. Par ailleurs, les facilités - qui permettent aux francophones de certaines communes de la périphérie bruxelloise ou de la frontière linguistique d’utiliser le français dans leurs rapports avec l’administration - seraient prévues pour les administrés, et non pour les administrants, et seraient destinées à disparaître à moyenne échéance […]